KOSMO
EXPO
GREETINGS
FROM
THE
UNCANNY
VALLEY




In 1970 introduceerde de Japanse roboticaingenieur Masahiro Mori een begrip dat sindsdien ver voorbij zijn vakgebied is uitgegroeid: the uncanny valley. Mori beschreef hoe mensen positief reageren op robots die menselijke trekken vertonen — tot op een bepaald punt. Wanneer een figuur té menselijk wordt, maar toch net niet helemaal, slaat die sympathie plots om in onbehagen, afkeer, zelfs angst. Een kort, diep dal in de grafiek van menselijke empathie. De glimlach die net iets te breed is. De blik die iets te lang duurt. Het gezicht dat klopt, maar toch niet.
Wat Mori beschreef als een technisch probleem, bleek al eeuwen te bestaan in kunst, literatuur en theater. De automaten van de achttiende eeuw die toeschouwers fascineerden én verontrustten. De wassen beelden in het kabinet van Madame Tussauds. De poppen van Hans Bellmer, de maskers van James Ensor, de stilgevallen bewoners van Edward Hopper.
Kunst in het dal
Kunstenaars hebben zich altijd aangetrokken gevoeld tot die zone waar het herkenbare overgaat in het vreemde. In de hedendaagse kunst stelde de Amerikaanse kunstenaar Mike Kelley het begrip opnieuw centraal. In zijn essay Playing with Dead Things: On the Uncanny (1993) en zijn gelijknamige tentoonstelling, onderzocht Kelley hoe objecten — speelgoed, knuffels of alledaagse gebruiksvoorwerpen — een emotionele lading kunnen dragen die tegelijk vertrouwd en diep verontrustend is. Zijn werken met gevonden pluchen dieren, zijn installaties vol weggegooide cadeaus, riepen een ongemakkelijke nostalgie op: de herinnering aan iets dat ooit geliefd was en nu vergeten of verloren is. Kelley toont op die manier dat het griezelige niet perse in de technologie schuilt, maar in de menselijke projectie van ziel en geheugen op materie.
​
Greetings from the Uncanny Valley brengt drie kunstenaars samen van wie hun werk op het eerste gezicht weinig van met robots, algoritmen of digitale vervreemding van doen heeft. Geen hyperrealistische siliconen sculpturen, geen gegenereerde gezichten, geen technologische trucs. En toch: wie langer kijkt, ontdekt dat hun beelden dezelfde zenuw raken, hetzelfde lichte onbehagen oproepen, dezelfde vraag stellen — wat is het dat ons menselijk maakt, en wanneer begint dat ons precies te ontglippen?
​
De werken in deze tentoonstelling opereren in dat tussengebied — niet door te imiteren of te simuleren, maar door het vertrouwde net genoeg te verschuiven dat het vreemd wordt. Of door het zo intens menselijk te maken dat het opnieuw onbekend aanvoelt.
​
Welkom in het dal.
​
PETER LAGAST
SIEN GODDERIS
BRAM MASSELIS
OPENING: ZATERDAG 25 APRIL VANAF 14u
EXPO OPEN
elke maandag en dinsdag van 13u - 16u
elke zaterdag en zondag van 14u - 18u